Binnenstad schittert door afwezigheid

Binnenstad schittert door afwezigheid  –  Ben Bongaards

Donderdag, 22 augustus was het, in gemeenschapshuis Katrien, openbare vergadering van de Wijkraad Binnenstad Grave. De opkomst was triest, buiten de raadsleden en andere ‘officials’ iets meer dan een handvol mensen. Bedroevend als je je realiseert hoe ontevreden de Gravenaren, met name in de ‘binnenstad’, zijn over hun gemeente. Het gaat dan over het onderhoud van de straten en pleinen, de gevaarlijke situatie op sommige stukken trottoir waar mensen bijna de nek breken over het gladde graniet. Het gaat over onze gemeente die, afgaande op wat er wel en niet gebeurt, lak lijkt te hebben aan wat burgers vinden en willen. Die haar beloftes in de regel niet of slecht nakomt.

De organisatie was houtje-touwtje. Dat lag niet aan de wijkraad. Ons gemeentebestuur had afspraken gemaakt over het tijdstip maar bleek die in haar spreekwoordelijke ‘voortvarendheid’ in een aantal verschillende versies geregeld te hebben. Bekend van onze raadsagenda’s waarvan doorgaans ook drie tot vier variaties tegelijk circuleren en waar bovendien naar believen agendapunten uit weggestreept worden, omdat dat op een of andere manier opportuun is voor ons bestuur. Doorgaans ligt die opportuniteit in het gegeven dat een agendapunt nog niet voldragen is, niet voldoende voorbereid dus.

Het gemeentebestuur was niet op sterkte zoals met de wijkraad afgesproken en het roept  vragen op dat de ene wethouder zegt niet te weten waarom zijn collega afwezig is. Er werden vooral vragen gesteld. Over de ondergrondse opslag van afval om te beginnen. Dat is een punt dat een jaar of wat geleden ook al eens aan de orde geweest is maar nooit echt opgepikt lijkt door het gemeentebestuur in de zin van actie die daarop hoort te volgen. Geen onbekend verschijnsel in Grave; veel dingen gebeuren er niet omdat ze niet betaald kunnen worden; andere omdat ze om alle denkbare en onbedenkbare redenen op de lange baan geraken. Wij Gravenaren zijn langzaamaan vertrouwd geraakt met de smoezencatalogus en denken het onze van. Wethouder Daandels is de zaak van de ondergrondse vuilopslag aan het bestuderen en uit wat hij wist te melden, leidde ik af dat zijn studie nog in de verkennende fase verkeert. Cuijk en Wijchen hebben er goede ervaringen mee maar het is een duur systeem. Misschien, zo suggereerde  centrummanager, Nico Schouten, is het goed om de neringdoenden erbij te betrekken. Dat kan de kosten drukken en tegelijk raken we dan verlost van de containers op alle mogelijke en onmogelijke plekken in de stad en van de talloze vuilverwerkers die dagelijks in de stad rondcrossen om ze te ledigen. (Zo’n geweldige vrucht van de marktwerking…)

Het slechte onderhoud van onze leefomgeving kwam ook ter sprake en dan met name in ’t Wisseveld. Bewoners aan de rand van dat gebied worden er moedeloos van om altijd tegen rotzooi aan te kijken. De trottoirs die in rap tempo in een jungle verkeren, kwamen niet echt aan de orde. Wel De Kat die een maand of anderhalf geleden prachtig was en meteen daarna weer prijsgegeven lijkt aan de verloedering. De hangjeugd doet daar geen goed aan maar dan zeg je eigenlijk: het gebrek aan handhaving en begeleiding. De rest doet de natuur. Een plensbui op de ingezaaide hellingen en onkruid dat alle ruimte krijgt ten koste van het ingezaaide gras. We werden gerust gesteld met de mededeling dat de oplevering nog moet komen, dus met andere woorden dat de tuinaanleggers  het in orde moeten maken voor ze hun geld beuren. Klinkt niet erg plausibel maar wie ben ik?

Ook de verhuizing van Maaszicht naar Catharinahof en de daarna volgende tijdelijke huisvesting van de bewoners van de verzorgingshuizen van Herpen en Berghem in Maaszicht kwam ter sprake. Vooral de veiligheid is daar voorwerp van ernstige kopzorg. Volgens ons gemeentebestuur is deze zaak echter nog lang niet beslist en weegt vooral die veiligheid een rol bij de beslissing daarover.

Het werd een wat katterige avond waar de wethouder vaak zijn toevlucht moest nemen tot algemeenheden en verontschuldigingen. De indringende vragen over de communicatie met en vanuit het stadhuis bracht de wethouder er toe vast te stellen dat die ‘optimaler’ kan. (Wat taalkundig onzin is want ‘optimaal’ is een overtreffende trap en hoger kan dus niet.) Het was een variatie op het thema dat al jaren speelt maar dat pas opgelost kan worden wanneer alle koninkrijkjes in het stadhuis echt gedwongen worden de loopgravenoorlogjes te beëindigen.

Ik vond het jammer dat onze burgemeester in deze bijeenkomst vooral ontevreden en sikkeneurige mensen aantrof, Hopelijk verdient hij beter. Zijn bestuurlijke intuïtie hielp hem soms wat vragen terug te spelen naar de eigen verantwoordelijkheid van de mensen. Dat kan in z’n algemeenheid geen kwaad, maar als je, zoals in onze stad, ontmoedigd raakt door het slabakken van de gemeente, worden dat al snel doorzichtige jij-bakken. Hoe het ook zij; het werd hogelijk gewaardeerd dat Lex Roolvink in een paar maanden al een vertrouwd gezicht geworden is in de stad. Een verademing, aangezien ons stadhuis al jaren een eiland van vervreemding is. Geen woord Graafs, letterlijk en figuurlijk.

Iets heel curieus was de subsidie die de wijkraad ontvangen had om de burgers te leren omgaan, communiceren, met onze overheid. Dat geld had beter binnen het gemeentehuis ingezet kunnen worden, zij het dat er een veelvoud nodig zal zijn van de 600 euro om daar wat zoden aan de dijk te zetten. ‘Zoden aan De Kat’, misschien?.

‘Zonde van de tijd’ was het niet maar ik begrijp wel waarom veel Gravenaren met geen stok naar zo’n avond te krijgen zijn. Zo ben ik met geen stok naar een gemeenteraadsvergadering te jagen. Als ik me wil ergeren, zijn er oneindig veel kwalitatief superieure mogelijkheden. En interessant is het alleen in het negatieve. Politiek is hier verworden tot een aanhoudend dieptepunt waar zelfs goede en gemotiveerde politici er niet meer in slagen om het tij te keren. Doodzonde! Grave verdient beter. De wijkraad verdient beter.

Mevrouw Hester Kruisinga deed haar best om de vergadering in goede banen te leiden. Dat dat weinig opleverde, valt zeker haar niet te verwijten. Petje af, dat ze het blijft volhouden! Als vertegenwoordiger van de wijk zit ze in een positie van roepende in de woestijn en je voelt aan je water dat de gemeente haar en de wijkraad niet echt serieus neemt. Eigenlijk een belachelijke situatie. ‘O tempora o mores’ zei Cicero al over zijn moderne tijd. Die ligt, zeker gevoelsmatig, even ver achter ons als die van een goed bestuurd Grave. (Vertaald: ‘O tijden, o zeden.’) Onze gemeente vindt wijkraden mooi en aardig om mee te koketteren maar is niet genegen ze serieus te nemen. Uiteindelijk heeft ze zelf de wijsheid in pacht, in haar eigen ogen dan toch…